Dit project is gestart vanuit een paalwoning als ‘sterfkamer’ waarin Arno Hintjens (beter bekend onder de artiestennaam ‘Arno’) , volgens mijn verbeelding, zijn laatste dagen doorbrengt.
Om mijn verbeelding te voeden ben ik begonnen met Arno beter te leren kennen. Op deze manier vond ik bepaalde informatie die me konden leiden.
Als eerst is Arno een persoon die zeer sterk leeft van de medemens. Hij gaat ermee in interactie, hij observeert ze van de zijlijn. De mens is zijn voedingsbodem, zijn inspiratiebron. ‘Ik ben zoals een toerist in de stad, ik ben de voyeur en tegelijkertijd een vampier, ik vind dat fantastisch.’
De eerste fase in het proces van sterven is Arno die zich isoleert van zijn medemens en dit krijgt vorm in een hut in de Noordzee van Oostende.
Waarom Oostende? Arno is geboren te Oostende en is eigenlijk doorheen heel zijn leven verbonden gebleven aan deze plek. Zo zei hij dat hij steeds terug zou komen voor de 180 graden horizon. Het was zoals een vriend van hem zei (Sven Reynders) de stad die hij nooit los zou laten en omgekeerd.
Vanaf hij deze ruimte binnen komt begint zijn laatste dans geleid door de zee, met het ritme van eb en vloed waar hij zo van hield.
De binnenruimte is gevormd op basis van een kalender met het verloop van de getijden van 23 april tot 25 april.
De ruimte is gevuld met platformen, elk met een bepaalde functie. Dit brengt een bepaalde manier structuur & handeling in de laatste dagen. Zo zijn er 2 eetplekken, een rustplaats, een bed en een visplaats.
De eerste dag in de hut wordt hij eigenlijk mooi door het water van het ene naar het andere platform doorheen de hut geleid. Maar naarmate de tijd vordert ligt de timing van het water minder in lijn met de dag en de platformen, gaat de timing van de niveaus van water minder ideaal worden. Zo zal hij bijvoorbeeld op dag 2 pas om 17 uur zijn bed kunnen verlaten omdat het water te hoog stond. Uiteindelijk zal het water het overnemen.
De plekken zelf zijn gebaseerd op momenten in het leven van Arno. Ik heb daar invloeden van genomen en geprobeerd in een bepaalde mate deze te abstraheren. Aangezien Arno niet hield van nostalgie maar er toch telkens op een manier naar terug greep. Ook was het zo dat hij niet van luxe hield.
Wanneer ik al ver gevorderd was in mijn proces ben ik in gesprek gegaan met de jeugdliefde van Arno en dit maakt het project voor mij interessanter en meerlagig. Bijvoorbeeld het middelpunt is het bed, de plaats waar hij uiteindelijk ook zal sterven. Oorspronkelijk was dit een vrij intuïtieve keuze om dit zo te doen maar er zijn ook verwijzingen die je eraan zou kunnen linken. Als eerst bijvoorbeeld de maatstaf van het water. Maar na het gesprek van Sonja zag ik dat dit ook een verwijzing in zich heeft naar de wijk waar Arno opgegroeid, die noemde de vuurtorenwijk.
Om mijn verbeelding te voeden ben ik begonnen met Arno beter te leren kennen. Op deze manier vond ik bepaalde informatie die me konden leiden.
Als eerst is Arno een persoon die zeer sterk leeft van de medemens. Hij gaat ermee in interactie, hij observeert ze van de zijlijn. De mens is zijn voedingsbodem, zijn inspiratiebron. ‘Ik ben zoals een toerist in de stad, ik ben de voyeur en tegelijkertijd een vampier, ik vind dat fantastisch.’
De eerste fase in het proces van sterven is Arno die zich isoleert van zijn medemens en dit krijgt vorm in een hut in de Noordzee van Oostende.
Waarom Oostende? Arno is geboren te Oostende en is eigenlijk doorheen heel zijn leven verbonden gebleven aan deze plek. Zo zei hij dat hij steeds terug zou komen voor de 180 graden horizon. Het was zoals een vriend van hem zei (Sven Reynders) de stad die hij nooit los zou laten en omgekeerd.
Vanaf hij deze ruimte binnen komt begint zijn laatste dans geleid door de zee, met het ritme van eb en vloed waar hij zo van hield.
De binnenruimte is gevormd op basis van een kalender met het verloop van de getijden van 23 april tot 25 april.
De ruimte is gevuld met platformen, elk met een bepaalde functie. Dit brengt een bepaalde manier structuur & handeling in de laatste dagen. Zo zijn er 2 eetplekken, een rustplaats, een bed en een visplaats.
De eerste dag in de hut wordt hij eigenlijk mooi door het water van het ene naar het andere platform doorheen de hut geleid. Maar naarmate de tijd vordert ligt de timing van het water minder in lijn met de dag en de platformen, gaat de timing van de niveaus van water minder ideaal worden. Zo zal hij bijvoorbeeld op dag 2 pas om 17 uur zijn bed kunnen verlaten omdat het water te hoog stond. Uiteindelijk zal het water het overnemen.
De plekken zelf zijn gebaseerd op momenten in het leven van Arno. Ik heb daar invloeden van genomen en geprobeerd in een bepaalde mate deze te abstraheren. Aangezien Arno niet hield van nostalgie maar er toch telkens op een manier naar terug greep. Ook was het zo dat hij niet van luxe hield.
Wanneer ik al ver gevorderd was in mijn proces ben ik in gesprek gegaan met de jeugdliefde van Arno en dit maakt het project voor mij interessanter en meerlagig. Bijvoorbeeld het middelpunt is het bed, de plaats waar hij uiteindelijk ook zal sterven. Oorspronkelijk was dit een vrij intuïtieve keuze om dit zo te doen maar er zijn ook verwijzingen die je eraan zou kunnen linken. Als eerst bijvoorbeeld de maatstaf van het water. Maar na het gesprek van Sonja zag ik dat dit ook een verwijzing in zich heeft naar de wijk waar Arno opgegroeid, die noemde de vuurtorenwijk.